cutlery
cutlery

Groenten snijden, sauzen kloppen, stoofpotjes kruiden, al dan niet met een aperitiefje erbij… Het kan heerlijk zijn om uitgebreid te koken en daarbij flink wat rommel te maken. Als hobbykok mag je het chaotisch aanpakken, maar niet onhygiënisch. Elke keukenprins(es) kent deze 3 rode vlaggen. 

Een ontploft aanrecht? Dat moet kunnen. Vuile potten en pannen zijn ‘part of the meal’, euh, deal 😊 (en je wast ze zo). Toch is voedselveiligheid belangrijk in élke keuken. Dit zijn de gouden regels.

1. Let op voor kruisbesmetting

Rauw of onvoldoende gekookt voedsel kan besmet zijn met bacteriën en virussen. Bekende (en gevaarlijke) boosdoeners zijn bijvoorbeeld salmonella, listeria en E. coli. Wil je geen darmklachten of voedselvergiftiging na de maaltijd? Let dan op met rauwe kip, rauwe groenten, onvoldoende verhit rundsvlees, ongepasteuriseerde melkproducten, (gerechten met) rauwe eieren, vis (sushi) of schaaldieren. 

Je ziet het: met rauwe voeding is het oppassen. Goed verhitten is de boodschap. Warm je gerechten op tot 70° à 75° C. Dat is de ‘veilige’ temperatuur waarop bacteriën sterven. Zo simpel is het. Of wacht, er is nog iets. Je moet kruisbesmetting voorkomen!

Stel dat je een besmette, rauwe kipfilet in je keuken hebt, die je grondig bakt. Dan zul je niet ziek worden van het gebakken vlees. Toch kun je besmet raken:

  • … als je eerst de rauwe kip aanraakt en vervolgens – zonder je handen te wassen – andere voedingsproducten (zoals tomaten of komkommers); 
  • … als er druipvocht van de rauwe kip blijft liggen op een snijplank die je – zonder schoonmaken – later nog gebruikt;
  • … als je de kip in de pan legt met dezelfde vork waarmee je later eet;
  • … als je in de pan met rauwe kip roert met dezelfde houten lepel, waarmee je de gebakken kippenblokjes serveert.

Kortom, bij kruisbesmetting werk je niet hygiënisch, waardoor je ziekmakers van het ene voedingsmiddel overbrengt op het andere. Voor een goede voedselveiligheid moet je:

  • na het werken met rauwe voeding je handen grondig wassen;
  • je gewassen handen afdrogen met keukenpapier of een schone handdoek (want een vuile bevat bacteriën en dan kun je herbeginnen);
  • rauwe en bereide producten gescheiden houden, ze niet met hetzelfde keukengerei aanraken en tijdig afdekken;
  • keukengerei (zoals bestek, spatels, snijplanken en borden) afwassen voor je ze – tijdens dezelfde kooksessie - hergebruikt;
  • goed letten op het druipvocht uit rauwe kip, vis of vlees, zeker tijdens het ontdooien. 

2. Hou je snijplanken schoon

Wees slim en gebruik aparte snijplanken voor rauwe en bereide gerechten. Kies verschillende kleuren – bijvoorbeeld Rood voor Rauw en Bereid op Blauw 😊. Dat is makkelijk te onthouden.

Reinig je snijplank (ook tussendoor) met warm water en een druppel afwasmiddel. Snijplanken van kunststof zijn makkelijk in onderhoud. Toch is de afwasmachine een no go. Gebruik ook geen schuurspons of -middel, dat maakt krassen (waarin bacteriën zich kunnen ophopen).

Een houten snijplank droog je altijd meteen af met keukenpapier of een schone doek. Teveel vocht is schadelijk voor hout. Om barstjes en kromtrekken te voorkomen, is het goed om je plank regelmatig in te wrijven met walnoot- of druivenpitolie. Laat een uurtje intrekken en veeg de restjes weg.

3. Wat met hand- en vaatdoeken? 

Het is een populair weetje waar mensen van griezelen: uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde vaatdoek meer bacteriën bevat dan de wc-bril (tja, die routine voor een stralende toiletpot wérkt natuurlijk 😊) Heb je graag een hygiënische handdoek, let dan hierop:

  • gebruik verschillende, makkelijk te herkennen hand- en vaatdoeken. Een gestreepte vaatdoek voor het aanrecht, een geruite voor de afwas. Een witte handdoek om je gewassen handen te drogen, een gekleurde voor andere taken;
  • hang vochtige doeken (zelfs tussendoor) altijd op om te drogen. Vochtig textiel is een broedplek voor bacteriën;
  • doe hand- en vaatdoeken elke avond in de was. (Lees dat opnieuw: élke avond!)

Strenge regels? Misschien… maar zo blijft je keuken wel heerlijk hygiënisch. En geef toe: een bezoekje aan de spoedeisende hulp is géén fijn dessert na de maaltijd.